Naheffingsaanslag btw moet zien op het juiste tijdvak

Als de inspecteur een naheffingsaanslag btw over het verkeerde tijdvak oplegt, kan dit ertoe leiden dat de aanslag wordt vernietigd, zo blijkt uit een zaak voor Rechtbank Den Haag.

In deze zaak startte een vrouw eind 2011 een eenmanszaak, waarna ze in juli 2012 een agentuurovereenkomst sloot met een bv. Op 1 oktober 2014 beeindigde de vrouw haar onderneming, wat leidde tot een vaststellingsovereenkomst tussen de vrouw en de bv. Hierin stond onder meer dat de vrouw recht had op een beeindigingsvergoeding. De overeenkomst werd op 31 mei 2015 gesloten. In mei 2016 richtte de vrouw een nieuwe onderneming op, die was geregistreerd in de Verenigde Arabische Emiraten. Na een boekenonderzoek legde de inspecteur over het eerste kwartaal van 2016 een naheffingsaanslag op voor de btw over de beëindigingsvergoeding.

Expliciet standpunt

Voor de rechtbank was allereerst in geschil of de vrouw in Nederland omzetbelasting was verschuldigd. Deze vraag werd door de rechtbank positief beantwoord, omdat de vrouw volgens de rechtbank in Nederland haar onderneming had. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de beëindigingsvergoeding die de vrouw ontving van de bv, een soort afkoopsom was omdat zij hiermee afzag van verdere rechten uit de agentuurovereenkomst die zij eerder met de bv had gesloten. Over deze afkoopsom was btw verschuldigd, en wel in het tweede tijdvak van 2015 omdat de vaststellingsovereenkomst toen was gesloten. Omdat de inspecteur de naheffingsaanslag had opgelegd over het eerste kwartaal van 2016 en de inspecteur expliciet een standpunt had ingenomen over het tijdvak van naheffen, oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag moest komen te vervallen.

Bron: Rechtbank Den Haag, 26 maart 2020

 

Admarcon BV
Herenweg 29-O
2105 MB Heemstede

Postbus 432
2100 AK Heemstede

Telefoon 023 - 529 38 36
E-mail: info@admarcon.nl

Routebeschrijving
 
© Alle rechten voorbehouden.
Ehio Media content marketing