Intentie tot exploitatie per pand aannemelijk maken

Om bij de verkoop van vastgoed een herinvesteringsreserve (BIR) te kunnen vormen, moet het gaan om vastgoed dat als bedrijfsmiddel kan worden aangemerkt. Bij twijfelgevallen moet de ondernemer per pand aannemelijk maken dat hij bij aankoop de intentie had om het pand duurzaam te exploiteren, zo heeft Hof Amsterdam geoordeeld.

Een bv hield zich bezig met zowel het handelen in als het exploiteren van onroerende zaken. De bv had ter zake van verkochte onroerende zaken een HIR gevormd en bij aangekochte onroerende zaken hierop afgeboekt. De inspecteur stelde zich op het standpunt dat niet was gebleken dat  een groot aantal verkochte panden als bedrijfsmiddel konden worden aangemerkt, zodat ten onrechte was gedoteerd aan de HIR.

Overheersende intentie

Het hof oordeelde dat op de bv de bewijslast rustte om per pand aannemelijk te maken dat sprake was van een bedrijfsmiddel voor de toepassing van de HIR. Bij een pand dat kenmerken heeft van zowel bedrijfsmiddel als voorraad geeft de intentie van de ondernemer de doorslag. Daarbij kunnen feiten en omstandigheden na aankoop licht werpen op de intentie bij aankoop. Bij betwisting moet de bv per pand aannemelijk maken dat het pand is aangekocht met de overheersende intentie om dit duurzaam te exploiteren. De enkele aankoop van een pand in verhuurde staat volstaat hierbij niet om het vereiste bewijs te leveren.

Foutenleer

Verder oordeelde het hof dat met een beroep op de foutenleer dotaties aan de HIR kunnen worden teruggedraaid. Uit de toetsing per pand door het hof volgde dat een aantal correcties door de inspecteur moest worden teruggenomen, omdat de bv aannemelijk had gemaakt dat een aantal panden terecht als bedrijfsmiddel was aangemerkt.

Bron: Hof Amsterdam, 27 februari 2020

Admarcon BV
Herenweg 29-O
2105 MB Heemstede

Postbus 432
2100 AK Heemstede

Telefoon 023 - 529 38 36
E-mail: info@admarcon.nl

Routebeschrijving
 
© Alle rechten voorbehouden.
Ehio Media content marketing