Naheffing mrb niet in strijd met Unierecht

Maakt een Nederlandse ingezetene met een buitenlandse nationaliteit met een in de buitenland geregistreerde auto gebruik van de Nederlandse weg, dan heft de Belastingdienst in beginsel mottorijtuigenbelasting (mrb) na vanaf het moment waarop de automobilist wordt geregistreerd als ingezetene. Volgens de Hoge Raad is dit niet in strijd met het Unierecht.

In deze zaak was een vrouw met een buitenlandse nationaliteit sinds 11 juli 2013 ingezetene van Nederland. In mei 2016 constateerde de Belastingdienst dat de vrouw als bestuurder van een personenauto gebruikmaakte van de Nederlands weg.

De auto was geregistreerd in Polen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag mrb op over de perioden van 11 juli 2013 tot en met 24 mei 2016.

 

Tegenbewijs

In antwoord op prejudiciële vragen van de rechtbank oordeelde de Hoge Raad dat het naheffingstijdvak mag beginnen vanaf het moment waarop de belanghebbende is ingeschreven in de Basisregistratie Personen (in dit geval 11 juli 2013). Wel mag dit tijdvak niet eerder beginnen dan op 1 januari van het vijfde kalenderjaar vóór het jaar waarin de Belastingdienst constateert dat de belanghebbende gebruikmaakt van de Nederlandse weg. Ook moet de belanghebbende tegenbewijs kunnen leveren. Hiervan is sprake als hij aannemelijk maakt dat hij de auto niet direct vanaf het moment van inschrijving in de Basisregistratie Personen in Nederland kon gebruiken, dan wel dat hij – als het gaat om een auto met een buitenlands kenteken – gedurende één of meer perioden gedurende het naheffingstijdvak niet over de auto kon beschikken.

 

Bron: Hoge Raad, 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:482

Admarcon
Herenweg 29-O
2105 MB Heemstede

Postbus 432
2100 AK Heemstede

Telefoon 023 - 529 38 36
Telefax 023 - 529 59 37
E-mail: info@admarcon.nl

Routebeschrijving
 
© Alle rechten voorbehouden.
Ehio Media content marketing