Crisisheffing geen buitensporige last voor bv

De terugwerkende kracht van de pseudo-eindheffing hoge lonen (de zogenoemde crisisheffing) is niet in strijd met artikel 1 EP EVRM en de systematiek van de Wet op de loonbelasting 1964. Van een individuele buitensporige last was in de volgende zaak ook geen sprake.

Het betrof een bv die deel uitmaakte van een internationaal opererend concern. De bv vormde samen met haar moeder een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. In 2012 betaalde de bv bonussen aan alle werknemers. Ze droeg in dat verband een bedrag van € 918.350 aan pseudo-eindheffing hoge lonen (crisisheffing) af. De bv maakte vervolgens bezwaar tegen de afgedragen loonheffingen. Ze meende dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing leidt tot een belastingheffing die in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EP EVRM) en het systeem van de Wet op de Loonbelasting 1964. Ook was er volgens de bv sprake van een individuele buitensporige last.

Volgens het hot was de crisisheffing voorzienbaar, maar niet te voorkomen. Dat komt doordat de crisisheffing een tijdstipbelasting was op 31 maart 2013 en de verschuldigdheid van de crisisheffing mede afhankelijk was van een gebeurtenis die plaatsvond na 26 april 2012 (het Kunduz-akkoord), 25 mei 2012 (aanbieding Kunduz-akkoord aan Tweede Kamer), 4 juni 2012 (indiening wetsvoorstel) en 18 juli 2012 (inwerkingtreding wet), namelijk de uitbetaling van het salaris na die datum. De hoogte van de crisisheffing werd met andere woorden last voor bv niet uitsluitend bepaald door het salaris dat voor een van die data was genoten. Dit bracht het hof tot de conclusie dat de terugwerkende kracht niet zodanig ernstig was dat de crisisheffing leidde tot een schending van 'fair balance’.

Voor de beantwoording van de vraag of er sprake was van een individuele buitensporige last ging het hof uit van de positie van de fiscale eenheid. De fiscale eenheid was immers binnen Nederland gevestigd en de resultaten gingen de bv aan. Uit de stukken bleek dat de crisisheffing minder dan 1% van de totale loonsom van de fiscale eenheid over 2012 bedroeg. De crisisheffing was daarmee niet zo omvangrijk dat zij als een individuele buitensporige last kon worden aangemerkt.

Bron: Hof Den Haag

Admarcon
Herenweg 29-O
2105 MB Heemstede

Postbus 432
2100 AK Heemstede

Telefoon 023 - 529 38 36
Telefax 023 - 529 59 37
E-mail: info@admarcon.nl

Routebeschrijving
 
© Alle rechten voorbehouden.
Ehio Media content marketing